Wie voor het eerst met traditionele inkt schrijft, merkt het meteen: dit is geen viltstift-zwart. De klassieke inkt van de kalligraaf — in het Turks is mürekkebi, "roetinkt" — is diep, warm en licht glanzend, en hij beweegt anders onder de pen.
Waar wordt de inkt van gemaakt?
De basis is verrassend eenvoudig: roet (fijn lampzwart, traditioneel gevangen boven een olievlam of van verbrande materialen), Arabische gom als bindmiddel en water. Het mengsel wordt langdurig gewreven en gestampt — uren-, soms dagenlang — tot elk roetdeeltje omhuld is door gom. Daarna moet de inkt rijpen: goede inkt wordt maanden of zelfs jaren weggezet, en wordt daar alleen maar beter van.
Waarom die moeite?
Omdat het resultaat uniek is. Traditionele inkt hecht aan het gladde, geprepareerde kalligrafiepapier zonder erin te trekken, droogt op met een subtiele glans, en — belangrijk voor de leerling — hij is afwasbaar: op goed ahar-papier kan een fout voorzichtig worden weggewist. Vandaar het oude gezegde dat de kunst in het corrigeren zit.
Hokka en lika
De inkt woont in een hokka: een inktpot, vaak van glas, koper of keramiek. Daarin ligt een prop ruwe zijde — de lika (ليقة) — die de inkt als een spons vasthoudt. De kalligraaf doopt de pen niet ín de inkt, maar drukt hem zacht tegen de lika: zo neemt de punt precies genoeg op en druppelt er nooit iets op het werk. Klein detail, groot verschil.
Zelf ervaren
In de workshops van Nuqta schrijf je met traditionele inkt uit een echte hokka. Inkt, hokka's en lika komen ook in de webshop.